Uiterlijk

Perfect ben ik bij lange na niet, maar ik vind het wel belangrijk om er goed uit te zien. Dit is helaas niet altijd even gemakkelijk met DIS. Iedere persoonlijkheid heeft hier eigen opvattingen over.

Ik ben brildragend, dit vind “ik” niet iedere dag mooi of praktisch. Om deze reden heb ik ook een hele stapel lenzen in de kast liggen (doe ik bijna nooit in).

Iedere dag kan mijn kledingsmaak enorm variëren van skinny jeans naar huisbroek/pak naar strakke of kokerrok. Al deze dingen heb ik in mijn kledingkast en probeer ik mee rekening te houden.

Volgens mij zijn “wij” het er wel allemaal over eens dat een buik echt niet kan, ik ben graag wat strakker en wil gewoon een platte(re) buik hebben. Echter afhankelijk van mijn lichamelijke conditie is dit niet altijd haalbaar. Vooral in stressmomenten/dagen is dit voor mij moeilijk om te realiseren, want mijn lichaam doet te veel pijn om dan te bewegen.

Mijn kapsel wordt ook gedeeltelijk bepaald door DIS. Soms doe ik op een dag mijn kapsel 5-6 keer veranderen. Als mijn haren niet gewassen hoeven te worden, dan doe ik ze in een knot, zodat ze niet nat worden. Echter indien iemand anders vind dat mijn haren gewassen moeten worden, omdat ze dan beter te stylen zijn of dergelijke, wordt de knot er gewoon uit gehaald en worden mijn haren nat, dus ook maar gewassen. De opvattingen over het kapsel verschillen ook heel erg bij mij. Krullend haar, stijl haar, tot aan de schouders, staart of weggemoffeld. Er is geen dag voor mij dat ik een hele dag tevreden ben over mijn kapsel. En toch als ik soms zie hoe het zit ben ik verbaasd en trots dat het op een gunstige manier opgelost kan worden, zonder dat de schaar eraan te pas komt.

 

Baantjes

Een gat in mijn hand heb ik altijd wel al gehad, ik was erg gemakkelijk in het uitgeven van geld. Mijn ouders vonden het dan ook belangrijk dat ik zelf ging werken voor mijn geld.

Op mijn 12de had ik mijn eerste baantje als ochtendkrant bezorgster, natuurlijk omdat ik nog zo jong was, liep een van mijn ouders in de ochtend met mij mee en hield een oogje in het zeil. Iedere ochtend gingen we naar het depot, waar de wijken werden verdeeld en ontving ik het aantal abonnee dagbladen dat ik diende te gaan bezorgen. Ik wilde het goed en snel doen en had snel mijn wijk handig ingedeeld en was een uurtje per dag hiermee kwijt. De depotmanagers waardeerde mij enorm en dit voelde erg goed aan. Toen ik wat ouder werd en alleen de kranten ging bezorgen (bij uitzondering hielpen mijn ouders nog wel eens, of kwamen ze in de wijk kijken hoe het ging) hielp ik ook mee op depot om de wijken uit te leggen en hielp ik de andere bezorgers om de krantentassen in te ruimen. Uiteindelijk kreeg ik er meerdere wijken bij en was ik ook vaak wijkinvaller in de vakantie of bij ziektemeldingen, later werd er zelfs aan mij gevraagd of ik op het depot wilde passen of depothoudster wilde worden. 13 Jaar ben ik krantenbezorgster geweest, totdat ik een vastcontract kreeg bij mijn huidige werkgever.

Naast krantenbezorgster heb ik geprobeerd om folders rond te brengen (maar hier vond ik niets aan en deed ik mijn werk ook niet goed uitvoeren). En heb ik geprobeerd om abonneebladen in de middag te bezorgen (tv-gids e.d.), dit vergde echter ook veel tijd voor mijn ouders (adresstickers plakken, helpen met rondbezorgen i.v.m. schoolactiviteiten en sorteren van de wijk) dat ook dit geen succes was.

Toen ik uit huis ging, kwam ik erachter dat geld verdienen wel een vereiste was en heb ik alle baantjes aangenomen en werkte ik vele uren en altijd met 100% inzet, uiteindelijk ben ik terecht gekomen bij mijn huidige werkgever. Maar hier later meer over.

Ouders

In de blogs die gaan over mijn verleden zul je merken dat ik veel praat over mijn ouders, dit omdat hun een grote invloed hadden op mijn dagelijkse bezigheden en hun ook (natuurlijk) een belangrijke rol spelen in mijn leven.

Echter in de blogs die ik later zal schrijven over het heden, zul je merken dat mijn ouders een stuk minder aan bod komen. Dit ook omdat ik nu volwassen ben en samenwoon met mijn partner. Dus het kan dan wel voorkomen dat mijn partner in een blog genoemd word. Beide ouders van mij leven nog, dus het is niet onvermijdelijk dat ze vast en zeker ergens nog ter sprake komen.

Sporten

Bewegen en sporten is voor mij altijd erg belangrijk geweest, dit geeft mij rust in het hoofd.

Mijn ouders hebben mij vanaf jongs af aan op karate gezet, zodat ik meer zelfvertrouwen kreeg. Ik ben altijd een fanatiekeling en perfectionist geweest. Deze sport heb ik met veel passie mogen uitvoeren en heb 8 jaar aan Karate gedaan. In deze 8 jaar heb ik 3x 1ste prijs gewonnen, 2x 2de prijs gewonnen en 1x 3de prijs gewonnen. Helaas tijdens een demonstratie op de markt heb ik beide enkelbanden gescheurd, hier hield het voor mij op om deze sport te blijven beoefenen, dus bij de blauwe band ben ik gestopt met karate.

Toch wilde ik iets blijven doen aan sport, echter heb ik nog geen passende sport voor mij gevonden. Ik heb wel vele sporten uitgeprobeerd. Zo heb ik aquafietsen gedaan, heb ik meerdere abonnementen bij de sportschool gehad en sta ik nu ingeschreven bij een ZLIM-instituut.

Met dansen kun je je helemaal los laten gaan (als je niet zo’n perfectionist bent als mij), ik heb dan ook al vele dansstijlen uitgeprobeerd en was vroeger dol op de discotheek (voor maar enkele uurtjes, dan werd het te druk in mijn hoofd). Stijldansen, buikdansen en countrydansen zijn voor mij bekende begrippen en op vrijdags doe ik nu solo-latino dansen samen met een zeer goede vriendin.

Vroeger

Zoals bekend is ontwikkeld DIS zich al op jonge leeftijd, echter is dit bij mij pas gediagnosticeerd op 31-jarige leeftijd.

Toen ik jong was, was ik moeilijk opvoedbaar, zat in de vervroegde puberteit en deed vaak iets onvoorspelbaar. Ik was anders dan mijn leeftijdgenoten. Ik had (nog steeds trouwens..) weinig vriendinnen, maar was wel heel erg beschermend en aanhankelijk naar hun. Ik stond altijd klaar voor de buitenbeentjes en gaf iedereen een helpende hand. Van jongs af aan wil ik iedereen al tevreden stellen, iemand teleurstellen met een “nee” is dan voor mij ook zeer moeilijk. Hierdoor heb ik ook vele vriendjes gehad.

In 1995 kwam ik voor het eerst in aanmerking met GGZ, dit doordat de vertrouwenspersoon van mijn school opmerkte dat mijn gedrag niet langer kon en de huisarts inschakelde. De huisarts heeft mij doorgestuurd naar het GGZ. Dit zorgde voor een grote deuk in het woord “vertrouwenspersoon”. Tot 2001 ben ik hier in behandeling geweest. Het GGZ heeft mij ook geprobeerd in deze periode op een LOM school te plaatsen, echter hielden mijn ouders dit (gelukkig) tegen. In 2001 ben ik “gezond” verklaard. De diagnoses die hier zijn gedaan, zijn nooit vastgelegd, alleen uitgesproken; Schizofrenie en mogelijk MPS (de vroegere benaming voor DIS).